Bekijk desktop versie

 4856

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisoverdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse...

Lees verder

Corona- en klimaatproof ventileren

Donderdag, 03 september 2020 11:07
Corona- en klimaatproof ventileren
Door het coronavirus is er een roep om gebouwen goed te ventileren. Volgens het RIVM zou het virus namelijk nog lang in niet- of slecht geventileerde ruimtes kunnen circuleren via fijne vochtdruppels (aerosolen). Maar wat is goed ventileren precies?  Hoe weet je nu of je genoeg ventileert? En kan dat op een energiezuinige manier? We vroeg de Topsector Energie aan Atze Boerstra (bba binnenmilieu), expert op het gebied van binnenluchtkwaliteit.




Ventilatie is essentieel om een goede luchtkwaliteit in verblijfsruimten van gebouwen en woningen te realiseren. Door corona is het belang van ventilatie alleen maar toegenomen, zeker nu blijkt dat het virus mogelijk ook via aerosolen kan worden overgedragen. Goed en voldoende ventileren, luidt dus het devies. Hoe doe je dat?

Wat is goede ventilatie?
Het idee achter ventilatie is simpel: vervuilde binnenlucht afvoeren en vervangen door schone lucht. Hierdoor worden vervuilende stoffen zoals aerosolen – maar ook CO2, fijnstof, vluchtige organische stoffen (VOC) en vocht – onder kritieke grenswaardes gehouden. Kortom, bij ventilatie gaat het om luchtverversing in de ruimtes waar mensen zich bevinden.

Ventileren is één van de manieren om het risico op besmetting met infectieziekten die zich door de lucht verspreiden in te dammen. Dat geldt vooral voor utiliteitsgebouwen, zoals kantoren, restaurants, winkels en scholen. Daar komen immers grotere groepen mensen bij elkaar. “Hoeveel je precies moet ventileren, hangt echt af van het gebouw, de gebruiksduur en de gebruikers”, aldus Atze Boerstra. “Hoe lang worden ruimtes gebruikt? En hoe groot is de ruimte? Hoeveel mensen bevinden zich in een vertrek?”

Het is dus lastig om in algemene zin aan te geven hoeveel er geventileerd moet worden om voldoende (en adequate) luchtverversing te garanderen. Er bestaan wel methodieken (zoals deze tool van EHBV) waarmee je kunt berekenen hoeveel ventilatie er nodig is. Boerstra: “Je meet dan niet zozeer het virus, want dat is veel te ingewikkeld, maar hoeveel verse lucht er wordt toegevoerd in diverse ruimten. De standaard richtlijnen voor kantoren gaan uit van een luchtverversing van 30 tot 40 m3 per uur per persoon. Als je in een kleinere kantoorruimte de besmettingsrisico’s echt laag wilt krijgen dan zou je eigenlijk een factor 2,5 meer moeten ventileren. In de zomer is dat niet zo’n probleem - althans, in een kantoorruimte met een te openen raam - maar ’s winters is dit echt een uitdaging, mede ook naar energiegebruik-effecten kijkend.”

Energieverbruik van ventilatiesystemen
Een nadeel van meer ventileren is namelijk de extra energiebehoefte waarmee dat gepaard gaat. Boerstra: “Als het buiten erg warm is of juist erg koud heb je veel meer ventilatieverliezen. Je wil de warmte of koude uit de toevoerlucht dan zoveel mogelijk hergebruiken. Het is zaak om dat op een gezonde en veilige manier te doen, zonder dat virussen en andere verontreinigingen die in de retourlucht zitten weer opnieuw het gebouw in gebracht worden. Met veel van de bestaande typen warmteterugwinning kan dat gewoon. Maar recirculatie tijdens gebruikstijd is wat dat betreft minder verstandig.” De uitdaging is dus om voldoende lucht te verversen zonder het energiegebruik te laten toenemen en ongezonde lucht te laten circuleren.

Naast warmteterugwinning kun je ook energie besparen door precies genoeg te ventileren. Bij vraaggestuurd ventileren gebruik je sensoren en regelsystemen om het systeem enkel te laten draaien als de concentratie van bepaalde verontreinigingen te hoog is. Zo wordt schone binnenlucht gerealiseerd zonder onnodige energieverliezen. Ook zijn er systemen op de markt om warmte uit ventilatielucht terug te winnen, al kan (nog) meer aandacht worden besteed aan het ontwerp van ventilatiesystemen in combinatie met de verschillende terugwinningstechnieken.

Uitdaging voor de bouwsector
Volgens Atze Boerstra zou het goed zijn om een gezamenlijk protocol te ontwikkelen waarin omschreven is hoe je kunt bepalen of ruimtes voldoende ‘covid-19 proof’ zijn. “Zoals gezegd: rechtstreeks aerosolen of virussen meten is lastig, dus het is beter om in te zetten op het continu monitoren van de verse luchttoevoer, bijvoorbeeld met een CO2-sensornetwerk. Vervolgens kunnen we in bepaalde gebouwtypen met bovengemiddelde risico’s (zoals verpleeghuizen) inventariseren hoe het ervoor staat zodat we nog voor het stookseizoen aanvullende maatregelen kunnen nemen."

De oproep aan de bouwsector is dus om (eventueel in samenwerking met medische experts) zo snel mogelijk tools te ontwikkelen waarmee je kunt zien of een ventilatiesysteem voldoende lucht ververst. Op korte termijn is dit idealiter een mobiel meetapparaat die bij de overschrijding van kritieke grenswaarden (van bijvoorbeeld CO2 en/of relatieve luchtvochtigheid) een signaal geeft dat er actie ondernomen moet worden. Bijvoorbeeld het open zetten van ramen of het beëindigen van een vergadering. Dit soort tools, gebaseerd op een protocol, kunnen dan de opmaat vormen voor meer structurele maatregelen, zoals aanpassingen aan het ventilatiesysteem.

Belangrijke wijziging voor toestemming voor cookies voor Advertenties en Social Media. Bekijk wat wij gebruiken als we de cookie plaatsen op onze cookie statement pagina.

Als je niet wil dat jouw internetgedrag voor deze doeleinden gebruikt wordt, wijzig dan de Cookie-instellingen.

Instellingen aanpassen