Als het aan de Rijksoverheid ligt, is de Nederlandse economie tegen 2050 volledig circulair. Dat houdt in dat grondstoffen, onderdelen en producten zo lang mogelijk worden hergebruikt om de impact op het milieu te minimaliseren. Dat schrijven CE Delft en Stec Groep in een nieuw rapport.
Het circulair maken van onze economie brengt allerlei gevolgen met zich mee. Het verandert de arbeidsmarkt, het consumptiegedrag van de bevolking en dus ook de samenstelling van bedrijventerreinen – aangezien veel organisaties zich nu nog richten op het produceren van wegwerpproducten.
Maar, wat is nu de precieze ruimtelijke impact van een volledig circulaire economie op bedrijventerreinen? In opdracht van de ministeries van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Infrastructuur en Waterstaat (I&W) zochten CE Delft en Stec Groep dit uit.
Zonnepanelen
In het onderzoek besteden de twee adviesbureaus onder meer aandacht aan het recyclen en verwerken van afgedankte duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen, warmtepompen en (thuis)batterijen – activiteiten die (doorgaans) plaatsvinden op bedrijventerreinen.
In 1989 werden in Nederland de allereerste zonnepanelen geïnstalleerd. Door weersinvloeden gaan zonnepanelen vandaag de dag zo’n 25 jaar mee. De allereerste zonnepanelen in ons land zijn dus al geruime tijd over hun houdbaarheidsdatum heen. Nu is dat niet zo’n probleem, maar sinds 1989 groeide het aantal zonnepanelen in Nederland explosief. Zo beschikten een kleine drie miljoen huishoudens eind vorig jaar over deze duurzame energiebron, blijkt uit cijfers van de grootste netbeheerders van ons land.
“Momenteel is de markt voor het recyclen en verwerken van zonnepanelen nog relatief klein”, schrijven de onderzoekers. “De afvalstroom van zonnepanelen zal echter flink gaan toenemen, omdat de technische levensduur van veel zonnepanelen dan verstreken is.” Om die reden heeft Nederland in de nabije toekomst vier fabrieken nodig voor het recyclen en verwerken van zonnepanelen. In totaal zijn daar volgens de onderzoekers zo’n drie voetbalvelden voor nodig (qua ruimte op bedrijventerreinen).
Warmtepompen en (thuis)batterijen
Voor het recyclen en verwerken van warmtepompen zijn volgens CE Delft en Stec Groep ook nieuwe fabrieken nodig. Naar verwachting worden er in 2050 jaarlijks circa 400.000 warmtepompen ingenomen en gerecycled of gerepareerd. Daarmee moet de verwerkingscapaciteit worden verdrievoudigd. “De totale extra hoeveelheid ruimte hiervoor bedraagt ongeveer 4 hectare”, aldus de onderzoekers.
CE Delft en Stec Groep benadrukken dat het gaat om een voorzichtige schatting. Dat komt onder meer doordat de huidige verwerkingsmarkt voor warmtepompen momenteel nog betrekkelijk klein is, waardoor het lastig is om zijn precieze ontwikkeling te voorspellen. “Daarnaast is het nog onduidelijk in hoeverre er nieuwe verdienmodellen gaan ontstaan rondom warmtepompen”, aldus de onderzoekers. “Denk bijvoorbeeld aan het leasen van een warmtepomp. Dat maakt het voorspellen van de ruimtevraag complex.”
Een vergelijkbaar probleem speelt bij de verwerking van (thuis)batterijen. Momenteel worden ingezamelde batterijen op één locatie in Lelystad gesorteerd en vervolgens naar Duitsland gestuurd voor verwerking. De twee adviesbureaus verwachten dat er hiervoor spoedig extra verwerkingscapaciteit nodig is, maar zijn terughoudend over de precieze omvang.
Bestuurlijke reactie
“Met dit onderzoek ligt er een robuuste onderbouwing voor de ruimtevraag van de circulaire economie als integraal onderdeel van de economie”, aldus Thierry Aartsen (VVD), demissionair staatssecretaris van I&W. “Het onderzoek onderstreept de noodzaak en urgentie om nu werk te maken van voldoende en geschikte ruimte op bedrijventerreinen om de transitie mogelijk te maken naar de circulaire economie”, aldus Vincent Karremans (VVD), demissionair minister van EZK.
Met dank aan Consultancy