Bekijk desktop versie

 4856

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisoverdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse...

Lees verder

Proberen, falen en opnieuw proberen

Woensdag, 26 juli 2017 03:12
Proberen, falen en opnieuw proberen

Ze leiden een onopvallend bestaan: de 29 fieldlabs die Nederland inmiddels kent. Toch zijn het dé plekken waar innovatie op het gebied van robotica en big data vandaan zal komen.







Een enorme blauwe stalen oven, daar lijkt de 3D-metaalprinter op. Maar dan wel een die 700.000 euro kost. Met dit exemplaar in het fieldlab bij Philips in het Friese Drachten kun je géén geinige poppetjes van jezelf printen, of leuke sleutelhangers. ‘Pannenkoekprinters zijn dat’, volgens Kor Visscher, ‘een hype.’ Visscher werkt bij Philips en is voorzitter van het Innovatiecluster Drachten, waar dit fieldlab bij hoort. Bij deze vereniging werken zeventien hightech-bedrijven uit het noorden van Nederland – groot en klein – met elkaar samen. Doel: oplossingen bieden als het gaat om robotics, 3D-printing en het verwerken van grote aantallen gegevens, big data. Een van hun initiatieven is het opzetten van dit fieldlab, waar (digitale) smart industry-technologieën worden ontwikkeld en getest. De metaalprinter maakt van staalpoeder stalen voorwerpen in verschillende – vooral ronde – vormen. Visscher: ‘Daardoor heb je 50 procent minder materiaal nodig, waardoor je lichtere en sterkere constructies kunt maken.’ Ideaal voor bijvoorbeeld bedrijven in de lucht- of ruimtevaart.

10.000 foto’s van legosteentjes
Een paar meter verderop in het lab zijn vier studenten Informatica en Werktuigbouwkunde van NHL Hogeschool in de weer met rode legoblokjes, die door een robotarm met duim en wijsvinger worden opgepikt. De robot bouwt een torentje. Visscher: ‘Jongens, zeggen jullie even waar jullie mee bezig zijn?’ De studenten vertellen hoe ze de afgelopen zes maanden tienduizend foto’s van rode legosteentjes in de computer invoerden en speciale software ontwikkelden. Daardoor kan de robotarm in veranderende situaties zelf patronen ontdekken en zichzelf aanleren wat hij de volgende keer moet doen. Visscher: ‘Oude robots moet je heel precies programmeren voor elke handeling. Dat hoeft bij deze niet.’


Grote ambities, weinig middelen
Prachtig allemaal, maar wat levert het jou als ondernemer op als je actief deelneemt in een fieldlab? Klaas Geschiere is directeur bij NTS Norma in Drachten (onderdeel van het grotere NTS), een bedrijf in ultraprecieze metaalbewerking. Het is een belangrijke toeleverancier van hightech-onderdelen voor onder meer Philips, chipmachinefabrikant ASML en fabrikanten van medische apparatuur. Geschiere komt elke paar weken langs in Drachten om de 3D-metaalprinter te gebruiken voor testen en onderzoek. ‘Het is niet zo dat we de printer inzetten voor massaproductie.’ De directeur wil weten wat er mogelijk is met zo’n printer. ‘Wij experimenteren met verschillende vormen, met glad en ruw oppervlak, poreus of niet, licht en zwaar.’ Met hun klanten bespreekt Geschiere alle bevindingen. ‘Veel van hen realiseren zich niet wat de mogelijkheden zijn van 3D-metaalprinten. Wij proberen dat zo goed mogelijk te vertellen. Kennisopbouw, dat doen we hier ook.’

NTS Norma in Drachten telt zo’n honderd medewerkers. Geschiere: ‘Voor r&d hebben we beperkte middelen. De kosten van zo’n dure 3D-printer kunnen we niet zelf dragen.’ Bovendien is het behoorlijk ingewikkeld om zo’n machine te bedienen. Daarvoor moet je bijvoorbeeld speciaal trainingingen volgen bij de Hanzehogeschool Groningen. ‘Onze ambities als mkb-bedrijf zijn groter dan de middelen die we hebben.’ Daarom is het gebruik van zo’n shared facilities center handig om hun r&d-doelstellingen te realiseren, aldus de directeur.

Boost voor Noord-Nederland
Het testen in een fieldlab is niet gratis. De hightech-bedrijven samen leggen vele miljoenen euro’s in waarmee onder meer de 3D-metaalprinter is gekocht. Daarbij gaat het niet alleen om investeringen in geld, legt Visscher uit, maar ook de waarde van het aantal uren dat elk bedrijf in het cluster stopt. Zo worden vanuit NTS Norma mensen ter beschikking gesteld om de 3D-metaalprinter te bedienen. Verder subsidiëren de provincie Fryslân en de gemeente Smallingerland het cluster elk met zo’n 4,5 miljoen euro.

Vanwege de subsidie moet er administratief nogal wat werk worden verzet. Toch is het cluster behoorlijk populair – er is momenteel een wachtlijst als je mee wil doen aan het fieldlab. ‘Iedereen is welkom, mits je actief bent in de hightech-sector, exporteert, genoeg uren kunt vrijmaken voor de projecten en de juiste, open spirit hebt’, aldus Visscher.
Voor Geschiere is het een strategische keuze om zich bij het fieldlab aan te sluiten. ‘3D wordt belangrijk voor de maakindustrie, daarmee gaan we veel waarde toevoegen. Hoeveel business het gaat opleveren zal de tijd uitwijzen. Maar dát het gebeurt, staat vast.’

Geen expertise in huis
Ook Piet Fellinger, inkoopdirecteur bij Neopost Technologies, is overtuigd dat werken in een fieldlab loont. Het bedrijf ontwikkelt en produceert envelopvouwmachines en inpakmachines. Klanten zijn logistieke dienstverleners en ondernemingen als Bol.com.

Neopost kent een eigen assemblageafdeling. ‘Daar vinden veel repeterende werkzaamheden plaats en er bestaat kans op fouten. In de toekomst een robotarm plaatsen, zou prima werken. Om activiteiten rond zo’n collaboratieve robot (die altijd samenwerkt met een mens; red.) zelf te ontwikkelen kost veel geld en tijd. Daarom zijn we een gezamenlijk project gestart met andere innovatiecluster-bedrijven.’ Neopost zou op het gebied van pc-software stappen kunnen maken. ‘Maar de vraag is of je dat wilt. We kunnen ook gebruik maken van diensten van derden.’ Het is voor Neopost bovendien lastig om het daarvoor geschikte technisch personeel te vinden – iets wat geldt voor bijna alle collega-ondernemingen. En dus trekken de hightech-bedrijven ook samen op als het gaat om mensen te werven.


Jong beginnen
Daarmee kun je blijkbaar niet vroeg genoeg beginnen. Zo stelde het cluster samen met basisscholen een lespakket samen, waarbij tien- en elfjarigen een Meccanoid-robot in elkaar kunnen bouwen. Neopost ontwikkelde samen met de Hanzehogeschool Groningen een nieuwe leergang op het gebied van mechatronica. ‘Het gaat om het boeien en binden van talent’, aldus Fellinger. Het noorden van Nederland kampt al een tijdje met een ‘uittocht’ van jonge mensen naar de Randstad. Met dit soort projecten hopen de bedrijven hen binnen de regio te houden. Fellinger: ‘Bij noorderlingen heerst vaak bescheidenheid, maar we mogen best de trom eens roeren. Binnen het innovatiecluster Drachten werken in deze regio 3.500 man in de hightech-maakindustrie, van wie 1.200 in de productontwikkeling. Er zijn hier veel technische opleidingen. Dat is allemaal niet niks. Met onze activiteiten geven we een boost aan de regio.’

Elke basisschool een eigen Meccanoid robot?
Samenwerken in een fieldlab vraagt om een open mindset, zegt Fellinger. ‘Je geeft jouw kennis en ervaringen door. We delen de kennis. Het kan zijn dat je niet direct informatie terug krijgt waar je zelf iets mee kunt doen, maar daar moet je niet spastisch in staan. Je leert zoveel nieuwe mensen kennen die je makkelijk kunt bellen als je iets wilt weten op je vakgebied. Dat is waardevol.’

Met dank aan VNO NCW
Deze website maakt gebruikt van cookies. Meer informatie hierover vindt u op ons cookiebeleid. Sluiten