Een technisch huzarenstuk brengt het grootste warmtetransportproject van Nederland een flinke stap dichter bij voltooiing. WarmtelinQ legt een warmtetransportleiding van 1.562 meter via een gestuurde boring ondergronds aan. Daarmee bereikt het netwerk tussen Rotterdam, Den Haag en Leiden een belangrijke bouwmijlpaal.
Restwarmte krijgt nieuwe bestemming
WarmtelinQ, een dochteronderneming van Gasunie, werkt sinds 2022 aan een ondergronds netwerk waarmee restwarmte uit de Rotterdamse haven naar andere delen van Zuid-Holland kan worden vervoerd. Warmte die nu nog verloren gaat, kan zo worden ingezet voor de verwarming van woningen en bedrijven. Na voltooiing moet het netwerk voldoende warmte kunnen transporteren voor circa 120.000 woningen en bedrijfspanden. Momenteel wordt samen met verschillende aannemers gewerkt aan het laatste deelproject van het warmtetransportnet. De boring over ruim anderhalve kilometer laat tegelijkertijd zien welke technische uitdagingen met de aanleg van nieuwe energie-infrastructuur gepaard gaan.
Bovengrondse hinder beperken
Bijzonder aan de toegepaste techniek is dat de leiding over grote afstand ondergronds kan worden aangebracht zonder de omgeving bovengronds over het gehele traject open te breken. Volgens Gasunie vraagt zo’n operatie om vakmanschap, precisie en intensieve samenwerking. WarmtelinQ moet uiteindelijk onder meer Den Haag, Rijswijk, Voorburg, Leiden en omliggende gemeenten van warmte kunnen voorzien. Daarmee is het project meer dan alleen een omvangrijk infrastructureel werk. Door lokaal beschikbare industriële restwarmte opnieuw te benutten, kan het gebruik van fossiele energie voor warmtevoorziening worden verminderd. Tegelijkertijd draagt de infrastructuur volgens Gasunie bij aan een robuuster energiesysteem en een kleinere afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen.