Ramen zijn al decennia de zwakke plek in gebouwen. Zelfs met dubbel of driedubbel glas ontsnapt er veel warmte naar buiten, of komt juist hitte naar binnen. Hoewel ramen gemiddeld maar een klein deel van de gevel vormen, zijn ze verantwoordelijk voor een groot deel van de warmte-uitwisseling tussen woning en omgeving. Dat zorgt voor extra stook- en koelkosten én hogere CO₂-uitstoot.
Doorzichtig én beter isolerend dan glas
Onderzoekers van de University of Colorado in Boulder ontwikkelden een nieuw materiaal dat dit probleem mogelijk oplost. Het bestaat uit een netwerk van extreem kleine buisjes, gemaakt van een polymeer, met lucht ertussen. Die structuur is zo fijn dat zichtbaar licht er vrijwel ongehinderd doorheen gaat. Het materiaal is daardoor bijna volledig transparant, maar isoleert warmte beter dan stilstaande lucht – en zelfs beter dan veel muren.
Slimme nanostructuur
De kracht zit in de schaal: de poriën zijn veel kleiner dan de golflengte van licht. Daardoor ontstaat geen wazig beeld, een bekend probleem bij andere isolerende materialen zoals aerogels. Tegelijk zorgt de structuur voor een zeer lage thermische geleidbaarheid, aanzienlijk lager dan die van traditioneel glas. Het materiaal is waarschijnlijk niet bedoeld als zelfstandig raam, maar als vervanging van de isolerende tussenlaag in dubbelglas. Ook kan het worden gebruikt om enkelglas in monumentale gebouwen te verbeteren, zonder het uiterlijk aan te tasten.
Grote klimaatwinst mogelijk
Als deze technologie grootschalig wordt toegepast, kan dat een aanzienlijke impact hebben. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor een groot deel van het wereldwijde energieverbruik. Betere raamisolatie kan de CO₂-uitstoot met honderden megatonnen per jaar verminderen.