Sinds 2023 hanteert de gemeente Leiden een instrument dat circulariteit vanaf het begin verankert in elk bouw- en inrichtingstraject: de Leidse Ladder. Het is een vaste vragenlijst die in de ontwerpfase wordt ingevuld en die projecten stimuleert om circulaire principes mee te nemen voordat technische uitwerking en aanbesteding starten.
De gedachte achter deze werkwijze is dat het gesprek over mogelijkheden belangrijker is dan het behalen van een perfecte score. Door vanaf het begin dezelfde stappen te doorlopen, ontstaat een cultuur waarin circulariteit vanzelfsprekend wordt.
Input = Output
De vragenlijst levert een totaalscore op, waarvan Leiden een minimum heeft vastgesteld. Als een project onder die grens blijft, zoeken het projectteam en de specialisten circulariteit samen naar verbeterpunten. Pas wanneer verdere aanpassing niet mogelijk blijkt, volgt een bestuurlijke afweging waarin circulariteit wordt meegewogen naast andere belangen. Het systeem is daarmee niet bedoeld als keurslijf, maar als hulpmiddel om bewuste keuzes te stimuleren. Aan de basis van de vragen en afwegingen liggen de ontwerpprincipes voor circulair bouwen die door Rijkswaterstaat zijn opgesteld.
Een werkwijze die ontwerpteams bewust laat kiezen
Aanvankelijk werd de Leidse Ladder vooral toegepast bij projecten in de openbare ruimte. Inmiddels is er ook een variant voor gemeentelijk vastgoed, met vragen die beter aansluiten bij gebouwen, materialen en levensduur. Ontwerpers merken dat de werkwijze geleid heeft tot meer routine: informatie die bij de eerste toepassing nog moest worden nagezocht, is nu sneller beschikbaar. Het gesprek over hergebruik, materiaalkeuzes en de noodzaak van ontwerpaanpassingen komt daardoor eerder en frequenter op tafel. Dat leidt niet altijd tot hogere scores, maar wel tot beter onderbouwde besluiten. Zelfs projecten met beperkte verbeterkansen blijken waardevol, omdat ze inzicht geven in technische of organisatorische drempels.
Hoewel de Leidse Ladder een vast onderdeel is van het proces, erkent de gemeente dat het instrument zich nog steeds ontwikkelt. Praktijkervaring laat zien dat kleine projecten soms minder mogelijkheden hebben om circulaire stappen te zetten, waardoor de vragenlijst is aangescherpt. Ook zijn er aanvullende vragen toegevoegd, bijvoorbeeld over het voorkomen van onnodig vervangen van bestaande verharding. Door jaarlijks te evalueren, groeit de vragenlijst mee met inzichten uit de praktijk.
Tegelijkertijd wordt duidelijk dat circulariteit niet uitsluitend via de Leidse Ladder kan worden bevorderd. Bestaande kaders, zoals het handboek voor de openbare ruimte, bevatten richtlijnen voor materiaalkeuzes en beeldkwaliteit die niet zonder meer kunnen worden aangepast binnen een project. Het opnemen van circulaire eisen in dergelijke handboeken kan in sommige gevallen effectiever zijn dan het verhogen van een projectscore.
De Leidse Ladder is inmiddels breed bekend binnen de organisatie. Training, maandelijkse spreekuren en aandacht in teamsessies hebben bijgedragen aan dat draagvlak. Door het instrument consequent toe te passen en tegelijkertijd ruimte te laten voor leren en verbeteren, groeit circulariteit uit tot een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks werk.
Zelf aan de slag met soortgelijke aanpak?
Op de website van de gemeente Leiden vind je een korte presentatie met uitleg over de Leidse Ladder, de Leidse Ladder zelf en het Leidse Ladder-bordspel. Daarnaast vind je er voorbeelden en praktische tips voor implementatie.