Bekijk desktop versie

 4856

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisoverdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse...

Lees verder

NEN 3140+A2:2018 geeft een andere visie op het inspectiebeleid

Vrijdag, 10 mei 2019 06:06
NEN 3140+A2:2018 geeft een andere visie op het inspectiebeleid
In 5.3.3.1.101 van NEN 3140+A1: 2015 staat een bepaling die stevig in het gedachtengoed van elektrotechnisch Nederland is verankerd: “Bij inspectie moet ten minste worden uitgegaan van de veiligheidsbepalingen die van kracht waren bij de aanleg van de installatie”.

De IV moest dus bepalen welke versie van NEN 1010 (en andere normen, zoals NEN-EN-IEC 60204 en NEN-EN-IEC 61439) hij voor welk installatiedeel moest toepassen. Voor de inspecteur was deze informatie een voorwaarde voor het correct uitvoeren van de inspecties van bestaande elektrische installaties.



De regeling dat geïnspecteerd wordt volgens de versie van NEN 1010 die gold ten tijde van aanleg is gebaseerd op artikel 1.12 uit het Bouwbesluit: “Op het gedeeltelijk vernieuwen of veranderen of het vergroten van een installatie is wat betreft hoofdstuk 6 het rechtens verkregen niveau van toepassing”.

Het rechtens verkregen niveau betekent: de versie van NEN 1010 toepassen die gold ten tijde van aanleg van die installatie, plus het toepassen van de versie die van kracht was bij een grote renovatie of ombouw van die installatie. Logischerwijs werd die gedachtegang ook gebruikt voor het bepalen van de versie van NEN 1010 voor het uitvoeren van de inspecties van bestaande elektrische installaties conform NEN 3140.

Bepaling 5.3.3.1.101 van NEN 3140+A2:2018 is nu als volgt geformuleerd: Bij de inspectie moet worden beoordeeld of onderhoud, veiligstellen voor elektrotechnische werkzaamheden en voor niet-elektrotechnische werkzaamheden mogelijk is volgens de huidige veiligheidseisen. Bepaling 5.101.4 voegt daaraantoe dat de IV het veiligheidsniveau bepaalt waarop wordt getoetst. Bij gebruik van NEN 1010 moet de IV de versie van NEN 1010 kiezen (daar waar mogelijk de actuele versie).

De IV is de persoon die de elektrotechnische risico’s moet beheersen. Daarbij heeft hij met Arbowet en Arbobesluit te maken. De Arbowet geeft aan dat het veiligheidsbeleid aan de laatste stand van de wetenschap moet voldoen.

Artikel 4.3.109 van NEN 3140+A2:2018 vermeldt dat de IV bij alle geconstateerde afwijkingen op basis van een risicobeoordeling maatregelen en een passend termijn bepaalt.
In NEN 3140+A2:2018 is de link met Arbowet en Arbobesluit versterkt. In F.2 staat bijvoorbeeld dat de IV moet beoordelen of inspectieresultaten invloed hebben op de RI&E of het bijbehorende plan van aanpak.

Wie de IV is, wat hij doet en welke opleidingseisen worden gesteld, is bij de meeste gebruikers van NEN 3140 bekend. Nieuw is de opmerking in 3.2.1: De IV kan de eigenaar, de werkgever, de verhuurder of een gedelegeerde persoon zijn. Is er geen IV aangewezen? In dat geval wordt de werkgever als IV aangemerkt. Hij of zij moet deskundigen inschakelen om tot een deugdelijk inspectiebeleid te komen.

Bron: NEN

Belangrijke wijziging voor toestemming voor cookies voor Advertenties en Social Media. Bekijk wat wij gebruiken als we de cookie plaatsen op onze cookie statement pagina.

Als je niet wil dat jouw internetgedrag voor deze doeleinden gebruikt wordt, wijzig dan de Cookie-instellingen.

Instellingen aanpassen