Bekijk desktop versie

 4856

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisoverdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse...

Lees verder

Woningwet

Woningwet

2 augustus 1902 trad de Woningwet 1901 in werking. Het belangrijkste doel van deze wet was toen 'het bevorderen van de volksgezondheid door verbetering van de woontoestanden'. 




Sinds de inwerkingtreding van de Woningwet 1901 is de aard van de publiekrechtelijke bemoeienis van de wetgever met bouwwerken eigenlijk niet wezenlijk veranderd: evenals toen ligt ook nu nog de primair verantwoordelijk voor o.a. de brandveiligheid bij de  burger (opdrachtgever, ontwerper, bouwer, eigenaar of gebruiker),   moeten o.a. bestaande bouwwerken ook nu nog aan minimale kwaliteitseisen voldoen (niveau bestaande bouw). Daarnaast is ook nu nog steeds het uitoefenen van het toezicht op de naleving van de wet voor een belangrijke deel bij de gemeente neergelegd.

De overheidsbemoeienis is in de loop der tijd wel veranderd. Waar die in oorsprong vooral voortvloeide uit het streven naar het tegengaan van 'onhygiënische toestanden', is de materiële reikwijdte inmiddels verbreed tot o.a. veiligheid. Daarnaast zijn in de bouwparagraaf van de Woningwet allerlei afstemmingsregels opgenomen met betrekking tot o.a. de  Wet op de Ruimtelijke Ordening, de Wet milieubeheer en de Monumentenwet.

De bemoeienis heeft ook betrekking op o.a. de (ver)bouw, de instandhouding en  het gebruik van niet-woningen (utiliteitsbouw). Sinds 1992 is de rijksbemoeienis niet alleen meer ordenend en procedureel van aard maar ook de inhoudelijk normstellend  in  bouwtechnische voorschriften (Bouwbesluit 1992 en 2003). Deze voorschriften zijn sindsdien zoveel mogelijk in de vorm van landelijke uniforme prestatie-eisen op het niveau van het gehele bouwwerk gegoten.

Ook sinds 1992 heeft het rijk de verantwoordelijkheid voor het afbakenen van de categorie 'bouwvergunningsvrije bouwwerken' en sinds 2003 is hetzelfde het geval ten aanzien van de indieningvereisten voor het aanvragen van een bouwvergunning.  Vanaf 1 oktober 2010 is de 'bouwvergunning' opgegaan in de landelijke omgevingsvergunning, de Wet algemene bepaling omgevingsrecht  (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor) zijn op die datum in werking getreden.  Dit is een belangrijke stap om de regeldruk voor bedrijven en burgers te verminderen. Door de invoering van de Wabo zijn 25 bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen zijn samengevoegd tot één omgevingsvergunning.

Voor burgers en bedrijven is het aanvragen van vergunningen nu een stuk eenvoudiger. Via het Omgevingsloket online kan men nagaan of een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Een omgevingsvergunning wordt aangevraagd aan bij de gemeente (bestuurlijk gezag) of digitaal via het Omgevingsloket online.

In november 2008 is door invoering van het
Gebruiksbesluit ook het brandveilig gebruiken uniform in voorschriften vastgelegd. Op basis van de Woningwet moeten gemeenten in hun bouwverordening voorschriften over het brandveilig gebruik van bouwwerken opnemen. Met dit besluit worden deze voorschriften landelijk geüniformeerd. Die uniformering is een logisch vervolg op de eerdere uniformering van de bouwtechnische voorschriften (1992: Bouwbesluit, inmiddels Bouwbesluit 2003).  Met deze uniformering is er een einde aan (onnodige) lokale verschillen. Eenduidige landelijk geldende voorschriften bieden de gebruiker en het bedrijfsleven meer rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.

Nieuws

18-07-2017 Veiligheid krijgt zijn vaste plaats in het curriculum

Safety leer je in de praktijk. Maar dat wil niet zeggen dat je er daarom in de opleidingen geen aandacht aan moet bes...

Deze website maakt gebruikt van cookies. Meer informatie hierover vindt u op ons cookiebeleid. Sluiten