Bekijk desktop versie

 4856

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisoverdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse...

Lees verder

Hoe ROXY de maakindustrie flexibeler maakt

Woensdag, 26 september 2018 09:55
Hoe ROXY de maakindustrie flexibeler maakt
Het merkonafhankelijke roboticaplatform ROXY maakt het programmeren van een industriële robot een stuk eenvoudiger. ‘Zelfs kinderen kunnen ermee uit de voeten.’






De voormalige productielocatie van Philips in Emmen werd recent succesvol omgevormd tot een fabriek waar meerdere bedrijven (eventueel gezamenlijk) kunnen produceren. In het tot Technologies Added omgedoopte pand is plaatsgemaakt voor een smart factory, waar verschillende producten gelijktijdig geproduceerd kunnen worden aan de hand van de modernste robot- en informatietechnologie. Steeds meer startups én gevestigde MKB’ers weten de shared facility te vinden voor seriematige assemblage van gestandaardiseerde producten, kleine series én specifieke producten.

Flexibele schil
Een van de bepalende factoren achter het Emmense succes: ROXY, het merkonafhankelijke robotica-platform van robotleverancier ENGIE. ROXY fungeert als een flexibele schil rondom een robot en bijbehorende randapparatuur als camera’s en sensoringsystemen, schetst innovation officer Maarten Essers van ENGIE. ‘De grafische programmeertaal maakt het mogelijk om zonder noemenswaardige voorkennis een robot te configureren.’

Merkonafhankelijk
Het platform is bovendien merkonafhankelijk, vervolgt Essers. ‘Robots van vrijwel de gehele Europese top 10 van grootste robotmerken kunnen met ROXY uit de voeten. De meeste gebruikers kunnen binnen een kwartier al een werkend programma in elkaar draaien. Zónder dat daar trainingen of urenlange oefeningen voor nodig zijn. Zelfs kinderen kunnen ermee werken; ROXY maakt gebruik van dezelfde grafische interface als veel basisscholen die hun leerlingen programmeerles geven.’

Tussentijds schwitchen
En dat is een uitkomst voor de maakindustrie, denkt Essers. ‘Bedrijven die kiezen voor een bepaald type robot, zitten vaak lange tijd vast aan een bepaalde leverancier. Tussentijds switchen of robots van meerdere leveranciers combineren bleek tot nu toe lastig; de verschillende programmeertalen sluiten doorgaans niet op elkaar aan. Dat probleem wordt ondervangen met deze merkonafhankelijke flexibele schil.’

Lange wachttijd, hoge kosten
Bovendien hebben veel bedrijven behoefte aan variatie en flexibiliteit, vervolgt Essers. ‘Dit speelt vooral bij de wat kleinere maakbedrijven. Zij hebben vaak maar één robot in dienst, die uit de voeten moet kunnen met meerdere productvarianten. Snel schakelen is er in zo’n geval echter niet bij; het aanpassen van de software en de randapparatuur neem vaak veel tijd om beslag. In extreme gevallen kunnen de programmeerkosten voor het ombouwen van een robot oplopen tot meer dan het dubbele of zelfs driedubbele van de oorspronkelijke aanschafwaarde.’ Daar komt nog bij dat goede robotprogrammeurs momenteel schaars zijn, constateert Essers. ‘Ook daardoor kan de wachttijd vaak flink oplopen. Met een flexibele schil als ROXY kunnen aanpassingen veel sneller doorgevoerd worden.’

Slijtage
Bovendien worden veel robots volgens Essers steeds nét iets minder nauwkeurig naarmate de tijd verstrijkt. Hij haalt het voorbeeld aan van een dakpannenfabriek, waar de dienstdoende robot steeds nét iets meer uit de pas ging lopen. ‘Een robot bevat veel tandwielen. Slijtage en de zwaartekracht zorgen ervoor dat een robot steeds verder ‘uitzakt’.’

‘Posities die in de programmatuur tot op de millimeter nauwkeurig vastliggen, worden in de praktijk op een gegeven moment nét niet meer gehaald. Dit zijn typische end-of-life-problemen waar roboteigenaars een oplossing voor willen hebben, maar tot nu toe heeft het bijstellen van de software veel voeten in de aarde.’

Regelmatig onderhoud
Het ‘uitzakken’ en de daaruit voortvloeiende downtime zijn helaas niet te voorkomen. Maar sowieso is het óók verstandig om te investeren in regelmatig, adequaat onderhoud van je robotsysteem, benadrukt Essers. ‘Bepaal samen met je robotleverancier hoeveel en welk onderhoud wanneer plaatsvindt. Doe dit regelmatig en voer de frequentie op wanneer de robot 10 jaar of ouder is. Dit minimaliseert slijtage en zorgt ervoor dat je langer van een nauwkeurige machine gebruik kunt maken.’

Relatief eenvoudige taken
Terug naar Technologies Added in Emmen. De robots daar worden nu vooral gebruikt voor relatief eenvoudige taken als pick-and-place, assemblage en het laden en ontladen van machines, schetst Essers. ‘In Emmen is ervoor gekozen om de eindklant zélf aan de knoppen te zetten. Een universele programmeertaal is dan een uitkomst. De robot kan in minder dan een dag worden omgebouwd tot een geheel andere functie.’ Voor complexe, CAD-gebaseerde bewerkingen als lassen en frezen ligt het gebruik van ROXY volgens Essers minder voor de hand. ‘Daarvoor bestaan vaak al goede, gespecialiseerde softwarepakketten.’

Leasemarkt
Laagdrempelige software als ROXY draagt ook bij aan de verdere groei van de robotleasemarkt, denkt Essers. ‘Er zij steeds meer ‘uitzendbureaus’ voor robots waar je als maakbedrijf tijdelijk robotcapaciteit kunt inhuren. Ook bieden steeds meer robotleveranciers hun klanten de mogelijkheid om een robot te leasen. ROXY en vergelijkbare pakketten hebben de potentie om deze groeiende leasemarkt een flinke impuls te geven.’ Een andere groeiende markt is die voor refurbished robots, vervolgt Essers. ‘Robots die hun leven lang dienst hebben gedaan in bijvoorbeeld automotive fabrieken – en vaak dus maar 1 taak uitgevoerd hebben – worden opgeknapt, getest en weer te koop aangeboden. Zo wordt het mogelijk om relatief goedkoop een robot aan te schaffen.’

Goedkoop is duurkoop
Een laatste, algemeen advies dat Essers wil meegeven: net als voor veel andere producten geldt ook voor robots dat goedkoop vaak duurkoop is. ‘Is er een grote investering nodig om een robot in te zetten? Denk er dan eens aan om de restwaarde van de robot te optimaliseren door een iets zwaardere, grotere robot in te zetten en deze niet volledig applicatie-specifiek in te richten.’

‘Zo’n grotere robot hoeft minder hard te werken en slijt daardoor ook minder hard. Daardoor wordt stilstand geminimaliseerd, dalen de onderhoudskosten, en gaat de robot langer mee. En houdt de productie voor een specifieke cel op? Dan kun je de robot inzetten als deelrobot, hem laten ombouwen voor een ander product of een andere cel, of zelfs weer te koop aanbieden.’

Dit artikel verscheen in MT


Belangrijke wijziging voor toestemming voor cookies voor Advertenties en Social Media. Bekijk wat wij gebruiken als we de cookie plaatsen op onze cookie statement pagina.

Als je niet wil dat jouw internetgedrag voor deze doeleinden gebruikt wordt, wijzig dan de Cookie-instellingen.

Instellingen aanpassen