Bekijk desktop versie

 4856

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisoverdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse...

Lees verder

Effectief innoveren zit in het bloed

Zaterdag, 09 december 2017 10:46
Effectief innoveren zit in het bloed
Wie denkt dat familiebedrijven ouderwets zijn, heeft het mis. De innovatiekracht van familiebedrijven is zelfs groter dan bij 'gewone' bedrijven, laat onderzoek zien. Ze investeren zorgvuldiger en kennen hun industrie vaak beter. Drie ondernemende families leggen uit waar hun innovatiekracht vandaan komt.






‘We weten al generaties lang wat er gebeurt in onze sector en weten daardoor precies waar de innovatiekansen liggen’, vertelt George Terberg, ceo van de Terberg Group. Dit bedrijf werd, mede vanwege zijn innovatiekracht, verkozen tot familiebedrijf van het jaar 2017.
 
De innovatiekracht van de Terberg Group staat niet op zich. Integendeel. Familiebedrijven zijn in hun eigen sector vaak de meest innovatieve bedrijven, zo blijkt uit een internationaal onderzoek waarover Nadine Kammerlander en Marc van Essen begin dit jaar publiceerden in Harvard Business Review. Beide zijn hoogleraar: de een op WHU – Otto Beisheim School of Management in Duitsland, de ander aan de universiteit van St. Gallen in Zwitserland.

Familiebedrijven investeren per saldo minder geld in innovatie, maar hun innovatieve output ligt wel hoger dan bij niet-innovatieve bedrijven. Dat komt omdat ze hun geld slimmer investeren, betrokken zijn bij medewerkers en hun ideeën, en bij andere stakeholders. En ze beschikken vaker over jarenlange kennis van hun specifieke sector. 

Ook een onderzoek uit 2017 van PwC onder honderd Nederlandse familiebedrijven wijst in eenzelfde richting. Familiebedrijven zijn wel degelijk innovatief, al maken vaak niet meer dan één tot vijf procent van hun omzet vrij voor innovatie. Bij niet-familiebedrijven ligt dit percentage veel hoger: één op de vijf investeert zelfs meer dan tien procent van de omzet in innovatie. 



Ad hoc innoveren
Het idee dat familiebedrijven minder innovatief zijn, komt waarschijnlijk omdat bijna de helft (46%) ad hoc innoveert. Investeringen in innovatie zijn daardoor niet altijd zichtbaar. Ook uit dit onderzoek blijkt dat de nauwe band met medewerkers een rol speelt. De individuele creativiteit van medewerkers is voor driekwart van de familiebedrijven een belangrijke motor voor innovatie. Ook de focus op de lange termijn helpt hierbij. Hierdoor heeft 43% van de familieondernemingen tijdens de afgelopen crisisjaren juist meer geld geïnvesteerd in innovatie.

Dat intensieve kennis van de industrie bepalend is voor de innovatiekracht van een bedrijf, is merkbaar bij de Terberg Group. Het familiebedrijf uit IJsselstein, dat vier generaties teruggaat, produceert onder meer trekkers voor containervervoer in havens en heeft een autoleasemaatschappij. Er werken in totaal 2400 medewerkers bij de internationale onderneming.

‘We zijn bepaald geen nieuwkomers in deze markt. We kennen de markt en onze klanten als geen ander’, vertelt ceo George Terberg. ‘Dat, plus het feit dat we goed luisteren naar klanten, helpt ons met innoveren. Zo maken we volledige elektrisch aangedreven voertuigen, maar we ontwikkelen nu ook automatisch gestuurde voertuigen en zelfs autonoom gestuurde trekkers. En voor het leasebedrijf werken we met apps die relevante data verzamelen voor de bestuurders. Denk daarbij aan rittenregistraties.’

Ook de langetermijnvisie van het familiebedrijf is volgens George een belangrijke reden voor innovatiekracht. ‘Continuïteit is voor ons erg belangrijk. We kunnen niet blijven bestaan als we niet innoveren. Als familiebedrijf kunnen we ontwikkelingen in gang zetten die pas jaren later renderen.’

Machinale aspergeoogst
Een voorbeeld van een familiebedrijf dat succesvol opereert door ad hoc te innoveren en weloverwogen geld te investeren in innovatie is Cerescon. Ad Vermeer en zijn vrouw Therese Vinken, beiden ingenieur, ontwikkelden met dit bedrijf de eerste selectieve aspergeoogstmachine ter wereld. Met de nadruk op ‘selectieve’. 

‘De machine spoort – met behulp van een sensor – de asperges ondergronds op. Een robot knipt ze af, legt ze in een container en herstelt het zandbed’, legt Thérèse uit. ‘De machine bewerkt drie rijen tegelijk en vervangt daarmee zestig tot vijfenzeventig handarbeiders’, voegt Ad toe. ‘Bovendien is de kwaliteit van de oogst beter, omdat de sensoren door de grond heen kunnen beoordelen welke asperges goed zijn om te steken. En de machine richt minder schade aan de wortels aan dan mensenhanden dat doen.’ En wat kost zo'n machine? ‘€ 600.000. Vooral door een flinke besparing op personeelskosten verdient een aspergeteler die investering in drie seizoenen terug, en de machine gaat zo’n tien jaar mee.’



Er zit veel eigen geld in de onderneming, legt Ad uit. ‘Het gaat om tonnen. We kijken dus heel goed naar waar we ons geld, inclusief de subsidies die we krijgen, in investeren en doen geen gekke dingen.’ Volgend jaar staan er drie van deze aspergeoogstmachines op het veld. Ad: ‘Eén is er al verkocht, de tweede waarschijnlijk ook. De derde is een testmachine. Ons plan is om elk jaar de productie te verdubbelen. Niet alleen voor de Nederlands markt, ook daarbuiten. Peru is bijvoorbeeld een enorm groot aspergeland.’

Cerescon heeft drie patenten lopen. ‘Dat is kostbaar, maar wel essentieel’, legt Ad uit, die jarenlang werkte als machinebouwer bij TNO, ASML en Philips. De taken in dit familiebedrijf, met inmiddels zo’n twintig medewerkers, zijn duidelijk verdeeld. ‘Ad is de uitvinder, ik doe de financiën en commercie’, zegt Thérèse. Bij de start van het bedrijf was ook de broer van Ad betrokken. Ad: ‘Hij was aspergeteler. Maar een week na de oprichting van het bedrijf in 2014 stierf hij aan hersenvliesontsteking. We hadden net een paar ton aan subsidies ontvangen en konden niet stoppen. Samen met andere, vooruitstrevende aspergetelers uit de buurt hebben we een “user group” opgezet. Zij denken met ons mee.’

Wat is nu, afgezien van het bedachtzaam investeren, het geheim van de innovatiekracht van dit bedrijf? Ad heeft wel een idee. ‘We zijn klein, daadkrachtig, dedicated en hebben een enorme passie voor het product. Wij zien vrijdag iets nieuws en springen daar maandag op in. We zitten er bovendien in voor de lange termijn. We blijven investeren en nemen de tijd om onze innovatie succesvol te laten zijn. En we geven alles. We zijn extreem gefocust.’

‘We denken hetzelfde’
Maangroep uit Raalte van André en Mariet Jansen levert met 75 medewerkers industriële lijmapplicaties. Ook hier draagt de familiecultuur bij aan de innovatiekracht van deze twintig jaar oude onderneming, waarin ook zoon en dochter werken. ‘We weten precies wat er gaande is in de organisatie’, zegt André Jansen. ‘Het mooie is ook dat je als familie dezelfde normen en waarden hebt. We denken hetzelfde over hoe we willen innoveren en waar we ons geld in willen investeren. Dat helpt.’

De Maangroep lost kort gezegd hechtingsvraagstukken op. André: ‘We hebben bijvoorbeeld niet alleen lijmapplicaties voor membraampjes in gehoorapparaten en speciale lijmoplossingen voor de vliegtuigindustrie bedacht, maar ook een machine uitgevonden die zelfklevende etiketten produceert zonder schutvel.’

Ook de focus op de lange termijn is wat Jansen betreft een succesfactor voor innovatie. ‘Dit maakt dat we kunnen experimenteren. We doen dan ook meer dan alleen hechtingsvraagstukken. Zo werkt onze dochter nu aan een duurzame tak van het bedrijf: Maan BioBases Products. Dit onderdeel ontwikkelde een 100% biologisch afbreekbare polymeer. Een van de toegepaste innovaties hiervan is een afbreekbare luier. Maar deze zal op z’n vroegst pas over vijf jaar op de markt verschijnen. Dat is niet erg: die tijd hebben we.’

Dit artikel verscheen in het fd
Deze website maakt gebruikt van cookies. Meer informatie hierover vindt u op ons cookiebeleid. Sluiten