Bekijk desktop versie

 4856

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisoverdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse...

Lees verder

De overtreffende trap van een windtunnel

Vrijdag, 28 april 2017 11:34
De overtreffende trap van een windtunnel

In de grote windtunnel die in aanbouw is op de TU Eindhoven kan de windhinder rond individuele gebouwen worden onderzocht, maar ook hun wisselwerking.  De bouwfysici verwachten ook complete sportploegen in hun laboratorium te ontvangen.  Motor achter het bouwproject dat nu volop in uitvoering is, is hoogleraar bouwfysica Bert Blocken. De Vlaming doet onderzoek naar luchtstromen in de gebouwde omgeving. Hij kijkt naar windhinder, de verspreiding van luchtverontreiniging maar ook naar de rendementen van experimentele windturbines.

De windtunnel waar Blocken zich al jaren sterk voor maakt biedt de mogelijkheid om op verschillende posities testobjecten te plaatsen en tegelijkertijd te bemeten. Daarvoor zijn gevoelige balansen ontworpen waarop de proefstukken worden neergezet. De balansen registreren de krachten waaraan de bouwwerken blootstaan onder invloed van de wind.

Gelijkmatig aanstromen
Bij een goede windtunnel komt de lucht volgens Blocken zo gelijkmatig mogelijk aanstromen.  Daarvoor moet na de ventilator eerst alle turbulentie uit de luchtstroom worden gehaald.  Afhankelijk van de omgeving die je wil testen breng je er daarna weer een specifieke turbulentie in. Blocken: “Over zee komt wind nu eenmaal anders aanwaaien dan over grasland, een bos of een zandvlakte. In de 27 meter lange testsectie die we tot onze beschikking krijgen hebben we voldoende ruimte om dat goed te simuleren.”  

De 45 meter lange tunnel waarvan de onderdelen nu in aanbouw zijn in Duitsland vormt een gesloten gekromde constructie.  Dat is stiller en zuiniger dan open windtunnels die ook wel worden gebruikt. Blocken: “Als de lucht eenmaal in beweging is, hoeft de ventilator hem alleen nog maar een klein zetje te geven om met eenzelfde snelheid nogmaals over het testobject te blazen.”  


Aannemer Huybregts Relou heeft inmiddels de funderingsbalken gestort voor het gebouw waarin de windtunnel komt. De vloer die daarop komt kraagt een stukje uit, zodat het straks lijkt of het gebouw boven het maaiveld zweeft. Het gebouw van 60 bij 20 bij 7 meter wordt opgetrokken uit een staalconstructie die wordt bekleed met zwarte baksteen. Opvallend wordt volgens Bram Staals van de aannemer de rode hangardeur. Die komt op meer plekken van de Eindhovense campus voor. Verder is het windtunnelgebouw in principe een gesloten zwarte doos. Een extra zware fundering is niet nodig.  Zelfs ankers hoeft de aannemer niet in te storten. Huybregts Relou levert het pand voor de bouwvak op, zodat in de zomer de tunnel kan worden ingebouwd.  Daarna gaan Blocken en consorten beginnen met het inregelen van de installatie en het uitvoeren van de eerste tests.  

Luchtweerstand tijdens ploegentijdrit
De hoogleraar verwacht niet alleen gebouwen of stadsdelen te onderzoeken, maar ook vaartuigen en andere objecten waarbij aerodynamica een grote rol speelt, zoals sportploegen. De Vlaming, zelf ooit een verwoed amateur-wielrenner,  heeft al afspraken gemaakt met de Lotto-NL-Jumboploeg.  Die zal voor de Tour de France van volgend jaar met de beoogde tijdritploeg naar de tunnel komen om de beste configuratie uit te proberen.

Blocken: “Aan de aerodynamica van individuele renners wordt natuurlijk al regelmatig in windtunnels gemeten. Dat doen alle professionele ploegen. Maar hoe de renners in formatie op elkaar inwerken is tot nu toe niet bekend. Onze windtunnel is de eerste ter wereld met zoveel tegelijkertijd bemeten testposities. We meten de weerstand van meerdere renners tegelijk en maken dat direct zichtbaar, zodat ze meteen het effect van de aanpassingenen zien.  De luchtweerstand is  natuurlijk maar een kleine factor in het complexe spel dat bepaalt of iemand een wieleretappe of een koers wint. Maar in topsport gaat het tegenwoordig om minuscule verschillen. Bij het wereldkampioenschap van 2013 bedroeg het verschil tussen de nummer 1 en nummer 2 van de ploegentijdrit over een afstand van zo’n 50  kilometer minder dan één seconde. Die seconde kunnen ze er straks afknabbelen bij onze unieke testfaciliteit aan de TU Eindhoven.”
 
Met dank aan Installatiejournaal
Deze website maakt gebruikt van cookies. Meer informatie hierover vindt u op ons cookiebeleid. Sluiten