Bekijk desktop versie

 4856

Wie zijn wij?

Wie zijn wij?De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) is dé toonaangevende brancheorganisatie die middels belangenbehartiging, kennisoverdracht en netwerken ondersteuning biedt aan bedrijven en personen die bij de besluitvorming op het gebied van Beheer en Onderhoud/Asset Management betrokken zijn en daarmee de Nederlandse...

Lees verder

De financiële risico’s van een NEN 3140 inspectie

Woensdag, 05 juli 2017 01:24
De financiële risico’s van een NEN 3140 inspectie
Het inspecteren van een elektrische installatie aan de hand van NEN 3140 kan volgens Elektroraad Expertise grote financiële risico’s opleveren voor inspecterende bedrijven. Wat kunnen zij doen om financiële schade te voorkomen? Het begrip ‘Installatieverantwoordelijke’ blijkt van groot belang te zijn.





Als de gebruikers van een pand de aanwezige elektrische installatie willen laten controleren op veiligheid, vragen ze vaak om een inspectie volgens NEN 3140. Deze norm gaat over de ‘bedrijfsvoering’ van laagspanningsinstallaties en apparatuur. De norm is van toepassing op het werken aan, met of in de buurt van dit soort installaties en arbeidsmiddelen. De huidige versie dateert uit 2011, in 2015 verscheen een aanvullingsblad.

Financiële risico’s
Eerder dit jaar organiseerde Elektroraad Expertise een lezing over de vraag of installateurs en inspectiebedrijven niet te grote financiële risico’s lopen als ze op verzoek van een klant een inspectie uitvoeren volgens de procedure van NEN 3140. “De laatste jaren begint er namelijk in de rechtspraak iets te veranderen”, stelt Peter Treffers, algemeen directeur van Elektroraad. “Het valt juristen op dat je een buitengewoon grote kans hebt om voor allerlei zaken aansprakelijk gesteld te worden als je als installateur NEN 3140 toepast bij een inspectie. Sinds 1991 heeft deze norm een inspectie-onderdeel en daarmee kun je uitstekend inspecteren en je geld verdienen, maar je moet je wel goed bewust zijn van de mogelijke risico’s.”

Werkzaamheden met elektrisch gevaar
Voor de duidelijkheid even een korte situatieschets. Bijna elk gebouw heeft een elektrische installatie en de eigenaar moet zorgen dat die installatie voldoet aan zowel het Bouwbesluit als NEN 1010. Als een werkgever met zijn werknemers in het pand trekt, heeft hij (of zij) te maken met de veiligheid van die installatie en moet hij voor ál zijn werknemers voldoen aan de Arbowet. Dat geldt voor alle werkgevers, dus ook voor de directeur van een elektrotechnisch installatiebureau.



Risico’s laag houden
Zitten er tussen die werknemers mensen die zich bij hun werkzaamheden moeten blootstellen aan elektrisch gevaar – bijvoorbeeld bij het sleutelen aan een elektrische installatie – dan moet die werkgever zijn uiterste best doen de risico’s voor die mensen zo laag mogelijk te houden.
Als hij elektrotechnisch goed is onderlegd, kan en mag hij daar zelf op toezien, in andere gevallen mag hij als werkgever NEN 3140 toepassen op specifiek die werknemers. Hij is volgens die norm dan wel verplicht om schriftelijk een elektrotechnisch goed onderlegde ‘Installatieverant-woordelijke’ aan te stellen. Iemand met minimaal een elektrotechnische opleiding op niveau 4. Anders dan de term suggereert is die persoon niet verantwoordelijk voor de installatie op zich, maar voor de al genoemde ‘bedrijfsvoering’. Hij of zij fungeert als intermediair tussen de werkgever en de mogelijk bedreigde werknemers. De Installatieverantwoordelijke hoort van de werkgever wat hij belangrijk vindt, en houdt vervolgens namens hem toezicht op de betreffende werknemers.

Inspectie volgens de norm
Zowel NEN 3140 als NEN 1010 kent een procedure voor het uitvoeren van een inspectie aan een elektrische installatie. Bij NEN 3140 (paragraaf 5.101) is de inspectie net als de norm gericht op de bedrijfsvoering van de installatie en dus op de er bij betrokken werknemers. De Installatieverantwoordelijke bepaalt hier de inhoud en omvang van de inspectie. Bij inspectie volgens NEN 1010 (deel 6) is de procedure gericht op de installatie zelf. Er speelt geen werkgever/werknemer-relatie en daarom ontbreekt het begrip Installatieverantwoordelijke. Hier bepaalt de norm zelf de omvang en de inhoud van de inspectie.

Eigenaren
Treffers: “Een eigenaar is er verantwoordelijk voor dat zijn installatie voldoet aan NEN 1010 en een inspectie volgens de bijbehorende procedure is sterk aan te raden, maar niet wettelijk verplicht. Inspectie mag ook volgens een andere procedure. Bijvoorbeeld volgens NEN 3140, al is het volgens ons niet erg voor de hand liggend om daar als gebouweigenaar om te vragen.”

Volgens Treffers hadden we 25 jaar geleden al kunnen zien dat NEN 3140 eigenlijk niet zo geschikt is om aan eigenaren aan te bieden, “maar er was toen niets anders en we hebben als installateurs al die jaren geprobeerd de bijbehorende inspectie toch maar zo goed mogelijk toe te passen.” NEN 1010 heeft pas sinds 1996 een procedure voor inspecties, in eerste instantie vooral voor nieuwe installaties.

Installatieverantwoordelijke
Bij een inspectie volgens NEN 3140 is het voor een installateur essentieel dat zijn opdrachtgever een Installatieverantwoordelijke heeft, of die alsnog schriftelijk aanwijst. “We denken vaak dat in NEN 3140 vaststaat waar een inspectie uit bestaat, maar dat is niet zo”, verduidelijkt Bart Wams, directeur van Elektroraad Expertise. “In de procedure voor het uitvoeren van een NEN 3140 inspectie staat dat de Installatieverantwoordelijke bepaalt wat er geïnspecteerd moet worden en die bepaalt dus het doel en de grenzen. Bestaat er geen Installatieverantwoordelijke en voer je als installatiebedrijf toch een NEN 3140 inspectie uit, dan zijn het doel en de grenzen ervan niet bepaald en is de reikwijdte van de inspectie eigenlijk grenzeloos. Vervolgens is de aansprakelijkheid daarna ook bijna grenzeloos geworden.”

Het blijkt in de praktijk niet voldoende dat de installateur zelf invulling geeft aan het doel en de grenzen van de inspectie: “Zonder Installatieverantwoordelijke is het doel van de opdrachtgever niet expliciet geworden. Als beide doelen niet op elkaar passen en er gebeurt na de inspectie een ongeluk of er breekt brand uit, dan heeft de opdrachtgever een hoop handvatten om te zeggen: ‘hoe kan dat nou, we hebben net de installatie laten inspecteren, kennelijk was alles goed’ en kan hijzelf of de verzekeraar proberen het inspectiebedrijf aansprakelijk stellen voor de schade.”



Uitlokking
Maar het kan nog erger, met een opdrachtgever die niets van normen weet maar alleen het idee heeft dat hij zijn installatie moet laten inspecteren. Treffers: “Als het inspectiebedrijf of de installateur daar uit zichzelf een NEN 3140 inspectie voor aanbiedt, dan lokt hij het zelf uit om bij problemen aansprakelijk gesteld te worden, aangezien die term impliceert dat je je ook gaat bemoeien met de zorgvuldigheid waarmee de opdrachtgever omgaat met zijn werknemers.”
Volgens Treffers heeft de branche de roep om NEN 3140 inspecties overigens een beetje aan zichzelf te danken, door jarenlang in de markt het grote belang van NEN 3140 te benadrukken.

Doorvragen
Wat is wijsheid? Het komt er op neer dat je na een verzoek om inspectie -al dan niet volgens NEN 3140- je opdrachtgever vraagt wat hij eigenlijk wil met die inspectie. Als het om een eigenaar gaat die wil dat zijn installatie voldoet aan NEN 1010, dan past NEN 3140 niet. En ook niet als gaat om een gebruiker met werknemers die eigenlijk geen risico lopen op blootstelling aan elektrisch gevaar.

‘Veiligheidsinspectie’
In beide gevallen kan je beter een ‘Veiligheidsinspectie’ kunnen aanbieden. Alleen bij een gebruiker met werknemers die bij hun activiteiten elektrisch risico lopen, is het passend om een NEN 3140 inspectie te doen. Al is dat wettelijk niet verplicht. Zorg er dan in ieder geval voor dat de opdrachtgever een Installatieverantwoordelijke heeft aangesteld en biedt niet aan om er zelf een te leveren.
Deze website maakt gebruikt van cookies. Meer informatie hierover vindt u op ons cookiebeleid. Sluiten